Dysthyme stoornis

Verschil met depressie
Het verschil tussen een depressieve stoornis en een dysthyme stoornis bestaat uit het feit dat een depressieve stemmingsstoornis gekenmerkt wordt door één of meerdere depressieve episodes, die te onderscheiden zijn van iemands normale functioneren terwijl de dysthyme stoornis gekarakteriseerd wordt door chronische, minder ernstige depressieve symptomen die al vele jaren aanwezig zijn. Dat laatste maakt het lastig de stemmingsstoornis van iemands gebruikelijke doen en laten te onderscheiden.

Iemand met een dysthyme stoornis vertoont minder verschijnselen van depressie dan een persoon met een ‘gewone’ depressieve stoornis. Daarbij zijn de verschijnselen minder intens van aard. De ernst van een dysthyme stoornis kan verschillen waarbij lange sombere periodes afgewisseld kunnen worden door korte periodes waarin het iets beter gaat. Deze korte periodes duren nooit langer dan twee maanden en meestal blijft de sombere stemming aanwezig. Indien de klachten tenminste twee jaar aanhouden is er sprake van een dysthyme stemmingsstoornis. Er kan sprake zijn van atypische kenmerken.

Een dysthyme stoornis wordt dus gekenmerkt door minder bijkomende klachten naast de sombere stemming. Het relatief lichte karakter van de klachten hangt echter niet samen met de mate van lijden aangezien iemand met een dysthyme stoornis zich eenzaam, zeer ongelukkig en nooit echt goed voelt en daarnaast behoorlijke functionele beperkingen ondervindt. Mensen met een dysthyme stoornis vertonen over het algemeen minder vegetatieve symptomen zoals slapen, hongerigheid, verandering in gewicht en psychomotorische kenmerken dan diegenen die zich in een depressieve episode bevinden. Sommige cliënten doen een geslaagde suïcidepoging. Het is moeilijk om erkenning te krijgen voor de stoornis en dikwijls worden deze mensen door hun omgeving als negatief ervaren en vinden ze het moeilijk om er contact mee te onderhouden. Ondanks dat er dus sprake is van mildere symptomen dan bij een depressie wordt de dysthyme stoornis door zijn meer langdurige karakter als zwaarder ervaren.

Oorzaken
Zoals bij iedere vorm van depressie dragen meerdere factoren (biologische, sociale en psychologische) bij aan het ontstaan van een dysthyme stemmingsstoornis. Specifiek worden echter psychogene factoren zoals chronische lichamelijke ziekten of psychische en sociale belasting en neurotische factoren genoemd wat de vroegere naam van de stoornis, namelijk psychogene/neurotische depressie verklaart.

Kinderen en adolescenten
Een dysthyme stoornis begint vaak vroeg (tijdens de kindertijd, adolescentie of de vroege volwassenheid). De stoornis komt vaker bij nakomelingen voor van ouders met een depressieve of dysthyme stoornis. Bij kinderen lijkt de dysthyme stoornis even vaak bij jongens als bij meisjes voor te komen en leidt dikwijls tot verslechterde schoolprestaties en slechtere sociale interacties. Kinderen en adolescenten die aan deze stoornis lijden gedragen zich meestal prikkelbaar, chagrijnig en gedeprimeerd. Ze hebben een laag gevoel van eigenwaarde en slechte sociale vaardigheden en zijn pessimistisch.

Van een dysthyme stoornis met een vroeg begin is sprake indien de stoornis zich voor het 21ste jaar voordoet. Hierna wordt van een laat begin gesproken. Personen die de stoornis vroeg ontwikkelen hebben een hogere kans op depressieve episodes. In veel gevallen ontwikkelt zich binnen vijf jaar na de dysthyme stoornis een depressieve stoornis.

Volwassen vrouwen hebben een drie keer zo’n grote kans een dysthyme stoornis te ontwikkelen dan mannen.

Behandeling
Een chronische depressie is over het algemeen moeilijker te behandelen dan andere vormen van depressie en gaat niet vanzelf over. Antidepressiva kunnen de klachten doen verminderen maar nemen de depressie niet weg hoewel deze wel als minder zwaar ervaren kan worden. Met behulp van psychotherapie kan geleerd worden de depressie beter in de hand te houden waardoor het dagelijks functioneren verbetert.

Kenmerken van een dysthyme stoornis

  1. Een chronisch depressieve stemming gedurende het grootste deel van de dag, meer dagen wel dan niet, zoals zelf aangegeven of door anderen geobserveerd, die tenminste twee jaar aanhoudt. Bij kinderen en adolescenten kan de stemming eerder prikkelbaar dan depressief zijn en moet tenminste één jaar duren.
  2. Ten tijde van de depressieve stemming zijn tenminste twee van de volgende symptomen aanwezig:
    • Slechte eetlust of teveel eten
    • Heel veel (hypersomnia) of weinig slapen (insomnia)
    • Weinig energie of vermoeidheid
    • Gering gevoel van eigenwaarde
    • Slechte concentratie of moeilijkheden ondervinden om tot een besluit te komen
    • Gevoelens van hopeloosheid

    Mensen die aan een dysthyme stoornis lijden beschouwen zichzelf vaak als oninteressant of machteloos en hebben een hoge mate van zelfkritiek.

  3. Gedurende de tweejarige periode (bij kinderen en adolescenten één jaar) duren de symptoomvrije intervallen nooit langer dan twee maanden
  4. In de eerste twee jaar van de stoornis (één jaar bij kinderen en adolescenten) is er geen sprake geweest van een depressieve episode, wat wil zeggen dat de stoornis niet eerder toe te schrijven is aan een chronische depressie of een depressieve stoornis die gedeeltelijk in remissie is. Er kan zich een eerdere depressieve episode hebben voorgedaan. Hierbij moet echter sprake zijn van een volledige remissie zonder significante klachten of verschijnselen gedurende twee maanden voor het ontstaan van de dysthyme stoornis. Doet zich na deze eerste twee jaar (één jaar bij kinderen en adolescenten) van de dysthyme stoornis een depressieve episode voor, dan is er sprake van een dubbele depressie waarbij zowel de diagnose depressieve stemmingsstoornis als dysthyme stoornis gesteld kan worden. Zodra er echter niet meer voldaan wordt aan de criteria voor een depressieve episode maar de dysthyme symptomen nog wel bestaan is alleen de diagnose dysthyme stoornis nog van toepassing.
  5. Er is nooit sprake geweest van een manische episode, een gemengde episode of een hypomane episode en er is nooit aan de criteria voor een cyclothyme stoornis voldaan
  6. De depressieve symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een chronische psychotische stoornis zoals schizofrenie of waanstoornis
  7. De stoornis is niet het gevolg van de directe lichamelijke effecten van een middel zoals alcohol of een geneesmiddel of een somatische aandoening zoals Alzheimer
  8. De symptomen veroorzaken in klinisch significante mate lijden of beperkingen in het sociaal, beroepsmatig (of studie) functioneren of het functioneren op andere belangrijke gebieden