Bipolaire stoornis (manische depressie)

Ups en downs heeft iedereen op zijn tijd maar als de pieken extreem hoog en de dalen erg diep worden dan is er sprake van een manisch-depressieve stoornis. Personen met een bipolaire stoornis maken in hun leven uitersten (‘polen’) mee, de afwisseling hiervan is kenmerkend voor de bipolaire stoornis. In hun manische periode zijn ze opvallend vrolijk, druk en actief maar kennen daarnaast periodes van ernstige depressie, die gepaard gaan met gevoelens van intense somberheid. De depressieve episode wordt gekenmerkt door dezelfde verschijnselen als die van de depressieve stoornis. Tussen de periodes voelt en gedraagt de persoon zich dikwijls normaal.

De extreme stemmingen tijdens beide periodes komen niet overeen met wat er werkelijk in iemands leven gebeurt of met diens gebruikelijke gedrag.

Er is geen sprake van een vast patroon wat betreft het ontstaan, de volgorde en de duur van de beide episodes. Ze kunnen geleidelijk ontstaan maar ook binnen een dag opkomen, dat verschilt per persoon. Ook kunnen periodes van depressie elkaar opvolgen voordat een manische periode optreedt. De duur en ernst van de klachten kunnen per episode verschillen en evenmin valt te voorspellen hoelang de normale periode aanhoudt.

Tijdens een manische periode wordt het zicht op de realiteit verloren waarbij onverantwoorde financiële risico’s genomen worden aangezien daar het probleem niet van ingezien wordt en op de omgeving die dit wel signaleert wordt geprikkeld en afwijzend gereageerd. Iemand die zich in een manie bevindt heeft meestal niet door dat ie zich anders gedraagt dan normaal en is door de omgeving moeilijk te volgen aangezien zijn gedachtegang niet logisch maar chaotisch is. Aan het einde van een manische periode voelt diegene zich vaak lichamelijk en emotioneel uitgeput.

Niet iedereen heeft evenveel last van de opwinding die bij de manische periode hoort. In geval er slechts in lichte mate sprake is van opwinding wordt van hypomanie gesproken, een stemming die moeilijk te onderscheiden is van ‘normale’ opgewektheid en opwinding. De verschijnselen zijn hierbij niet erg genoeg om het algemeen functioneren duidelijk te verstoren.

Een manische psychose gaat gepaard met grootheidswanen en almachtsbeleving en kan tot agressief of suïcidaal gedrag leiden.

De manisch-depressieve stoornis is vaak moeilijk te herkennen omdat de eerste verschijnselen over het algemeen niet erg opvallen maar ook doordat de verschillende periodes elkaar eerst afgewisseld moeten hebben. De juiste diagnose wordt dikwijls niet gesteld omdat mensen in veel gevallen alleen hulp zoeken wanneer ze depressief zijn.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen twee typen bipolaire stoornissen:

Type I:  hiervan is sprake als iemand tenminste één manische episode heeft doorgemaakt, al dan niet in afwisseling met één of meer depressieve episoden.
Type II: hierbij gaat het om het ooit hebben geleden aan minstens één hypomane episode en tenminste één depressieve episode.

Een mildere vorm van de bipolaire stoornis is de cyclothyme stoornis.

Oorzaken
Onderstaande biologische, psychische en sociale factoren spelen een rol bij het ontstaan van een manisch-depressieve stoornis:


Biologische factoren
Aanleg, deels bepaald door erfelijke factoren, speelt de belangrijkste rol bij het ontstaan van een manisch-depressieve stoornis.

Psychische factoren
Het onvermogen om problemen op te lossen, het niet goed in staat zijn steun te vragen, een gebrek aan zelfvertrouwen en de neiging tot perfectionisme zijn de belangrijkste psychische factoren die bijdragen aan het ontstaan van een manisch-depressieve stoornis.

Sociale factoren
Ingrijpende levensgebeurtenissen als een bevalling, het verlies van een dierbare, problemen op het werk of een hevige verliefdheid kunnen van belang zijn bij het ontstaan van een manisch-depressieve stoornis.

Hoe nu verder in geval van manische depressie?
Probeer om te beginnen toe te geven en te accepteren dat er iets aan de hand is waarbij je de gevoelens en klachten serieus neemt. Probeer problemen met anderen te delen door erover te praten met iemand bij wie je je op je gemak voelt. Wellicht vind je het moeilijk om er met een bekende over te praten. In zo’n geval is het mogelijk te bellen met een telefonische hulpdienst waarbij je eventueel anoniem kunt blijven.

Het kan ook zijn dat je er helemaal niet over wilt praten omdat dat te gevoelig ligt. Dan kun je proberen de problemen op papier onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in een dagboek of in een brief naar een vertrouwenspersoon.

Het zoeken van informatie in folders/brochures/(zelfhulp)boeken/dvd’s of internetsites over je klachten kan helpen er inzicht in te krijgen. Ook worden regelmatig informatiebijeenkomsten over een bepaald onderwerp door instellingen voor geestelijke gezondheid (GGZ) georganiseerd. Deze geestelijke gezondheidsinstellingen verzorgen daarnaast ook trainingen of cursussen met betrekking tot bepaalde psychische klachten.

Kom je er echter op die manier niet uit of verergeren de klachten dan is het verstandig deskundige hulp te zoeken door bijvoorbeeld de huisarts in te schakelen.

Wat kun je zelf doen aan je klachten?

  • Regelmaat is belangrijk: probeer op tijd op te staan en naar bed te gaan en eet een vast aantal keren per dag
  • Neem voldoende rust en zorg voor voldoende lichaamsbeweging
  • Ontspanningsoefeningen kunnen de onrust verminderen en dragen bij aan beter slapen
  • Vermijd situaties die spanningen veroorzaken en pak niet teveel activiteiten tegelijkertijd aan
  • Houd je stemmingen en activiteiten bij waardoor je een volgende periode tijdig kunt signaleren
  • Schakel je hulpverlener of omgeving op tijd in als je voelt dat het mis dreigt te gaan
  • Licht mensen in je omgeving in over de stoornis en vraag hen hulp bij het signaleren van een nieuwe episode

Behandeling
Een manische depressie is goed te behandelen waardoor een tamelijk ‘normaal’ leven geleid kan worden. Lotgenotencontact en zelfzorg zijn hierbij belangrijk. De ziekte gaat niet vanzelf over en is ook niet te genezen.

Een combinatie van medicijnen en therapie
Psycho-educatie, gesprekstherapie of lotgenotencontact zorgen ervoor dat iemand met een manisch-depressieve stoornis beter inzicht in zijn ziekte krijgt en zich meer bewust kan worden van zijn stemming en deze leert beïnvloeden.

Therapie kan een bijdrage leveren aan het leren herkennen van de signalen/situaties die voorafgaan aan het begin van een nieuwe episode. Hierdoor kan op tijd worden ingegrepen. Met behulp van therapie kun je ook leren leven met de mogelijkheden en beperkingen van de ziekte.

Daarnaast draagt therapie dikwijls bij aan een goed medicijngebruik. Deze spelen een belangrijke rol bij de behandeling van een manisch-depressieve stoornis aangezien ze de stemmingswisselingen onder controle brengen en de bijbehorende verschijnselen verminderen. Tussen de periodes helpen ze een volgende episode voorkomen. Ze genezen de stoornis echter niet waardoor ze voor lange tijd geslikt zullen moeten worden. Het stoppen met de medicijnen wordt vaak gevolgd door een nieuwe episode. Een behandeling met medicijnen heeft bij ongeveer 70% van de mensen met een manische depressie effect.

De verschillende soorten medicijnen

  • Lithium: meest gebruikt bij manische depressie. Zorgt voor een stabielere stemming en helpt nieuwe episodes voorkomen. Het kost tijd om de exacte effectieve dosis te bepalen waarbij regelmatig bloedcontrole nodig is om de de werkzame hoeveelheid lithium in het bloed te onderzoeken.
  • Carbamazepine en valproaat: medicijnen die vergelijkbaar met lithium zijn
  • Antipsychotica of neuroleptica: kunnen tijdens een manische episode worden voorgeschreven om verschijnselen als grootheidswanen te verminderen. Daarnaast hebben ze een kalmerende werking waardoor de gebruiker rustiger wordt, beter slaapt en beter te begrijpen is door zijn omgeving.
  • Antidepressiva: kunnen tijdens een depressieve episode worden voorgeschreven om depressieve gevoelens tegen te gaan. Antidepressiva kunnen echter een manie opwekken waardoor deze met enige terughoudendheid voorgeschreven worden.
  • Slaap- of kalmeringsmiddelen: worden soms tijdelijk voorgeschreven om een aantal symptomen van de stoornis zoals slapeloosheid, angst, spanning en onrust te verminderen. Het voordeel van dit soort middelen is dat ze direct werken. Slaapgebrek versterkt de manie en een slaapmiddel zorgt er dus voor dat deze geremd wordt. Slaapmiddelen worden meestal niet langer dan enkele weken voorgeschreven.

Tot een opname in een psychiatrisch ziekenhuis wordt (in samenspraak met de cliënt, de huisarts, de behandelaar en de familie) besloten indien er acuut levensgevaar dreigt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij gedachten aan zelfdoding tijdens een depressieve episode of gevaarlijk gedrag tijdens een manie.