Vitamine D en depressie

Uit wetenschappelijk onderzoek komen steeds meer aanwijzingen voor een verband tussen het ontstaan en de ernst van stemmingsstoornissen en vitamine D naar voren. Zo blijken onder mensen die veel vitamine D binnenkrijgen depressieve klachten minder vaak voor te komen dan onder diegenen die nauwelijks vitamine D innemen. Een ernstig tekort aan vitamine D kan daarnaast spierzwakte, botpijn en vermoeidheid veroorzaken.

Strikt genomen is vitamine D eigenlijk geen vitamine maar een hormoon omdat ons lichaam de stof zelf kan aanmaken met behulp van zonlicht. Hierbij wordt licht door cholesterol opgenomen in de huid en naar de nieren en lever getransporteerd om te worden omgezet tot vitamine D.

Risicogroepen en risicofactoren vitamine D-deficiëntie

Onder ouderen met een depressie blijkt het vitamine D-gehalte in het bloed veel lager te zijn dan bij ouderen zonder depressie. Ruim een kwart van de Nederlandse zelfstandig wonende ouderen kampt met een vitamine D tekort. Onder opgenomen ouderen stijgt dit zelfs naar 60 – 80%. Naast ouderen vormen ook bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen, personen met een donkere huidskleur, gesluierde mensen, en niet-westerse allochtonen, risicogroepen voor vitamine D-deficiëntie.

Het dragen van bedekkende kleding of het te weinig buitenshuis komen vormen daarnaast oorzaken van een verminderde vorming van vitamine D in de huid, met als gevolg een tekort aan deze vitamine. Maar ook in een gepigmenteerde huid is de productie van vitamine D vermindert.

Bronnen van vitamine D

Zonlicht vormt een belangrijke bron van vitamine D maar is bij mensen boven de 50 jaar niet voldoende om een tekort aan vitamine D tegen te gaan aangezien de oudere huid minder goed in staat is vitamine D te vormen onder invloed van de zon en de absorptie vanuit de darm vermindert. Een dergelijk tekort kan moeilijk uit de voeding worden aangevuld maar is te compenseren met een supplement.

Naast een verminderde blootstelling aan zonlicht speelt ook inadequate voeding een belangrijke rol bij een vitamine D tekort. Vitamine D kan namelijk ook uit de voeding verkregen worden hoewel slechts een beperkt aantal voedingsmiddelen deze vitamine bevatten. Vette vissoorten zijn relatief rijk aan vitamine D en in mindere mate komt het in eieren, vlees, melkproducten en met vitamine D verrijkte zuivelproducten voor.


 

In theorie

Er bestaan meerdere theorieën die het verband tussen vitamine D-deficiëntie en depressie lijken te verklaren. Eén daarvan stelt dat als de concentratie vitamine D voldoende is dat bij zou dragen aan een verbeterde spierkracht en daarmee een verhoogd gevoel van welbehagen. Een ander is van mening dat een tekort aan vitamine D depressie kan veroorzaken maar er ook het gevolg van kan zijn vanwege een verminderde inname van vitamines en blootstelling aan zonlicht.

Ook is onderzoek verricht naar de relatie tussen seizoensgebonden depressie en vitamine D waarbij gedurende de herfst/winter depressieve klachten voorkomen. In die periode is de blootstelling aan natuurlijk licht het kortst en slaat het lichaam de minste vitamine D op. Hierbij wordt verondersteld dat seizoensgebonden veranderingen in de hoeveelheid zonlicht circulerende niveaus van vitamine D kunnen beïnvloeden, die op hun beurt de hoeveelheid serotonine in de hersenen en dus de stemming veranderen.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten